• "Ieder kind in een gezin"

  • 1

Om te komen tot effectieve jeugdzorg is een stelselwijziging niet voldoende. De echte verbetering moet in de praktijk bevochten worden, bij iedere casus. De-institutionaliseren gebeurt op cliëntniveau. Dat blogt Gerard Besten van Gezinshuis.com naar aanleiding van een analyse van bestuurskundige René Clarijs in de laatste editie van het Tijdschrift Jeugdbeleid.

Krachtige taal. Dat was het eerste wat in me opkwam toen ik het Regeerakkoord 'Bruggen slaan' voor het eerst onder ogen kreeg. 'VVD en PvdA delen een onverwoestbaar geloof in de toekomst, een rotsvast vertrouwen in wat Nederlanders samen voor elkaar kunnen krijgen en de diepe overtuiging dat ons land de komende jaren een stabiel en daadkrachtig kabinet nodig heeft om hiervoor kracht en energie vrij te maken.'
Wat Samsom en Rutte met deze woorden uitdrukken is de kern van 'burgerschap'; je hebt geloof in de toekomst, je realiseert je dat je het samen moet doen en je onderstreept het belang van een gezamenlijke overheid. 'Burgerschap' is een begrip dat jarenlang onderbelicht is geweest binnen de Jeugdzorg, maar meer en meer herkend en benoemd wordt als de doelstelling en opdracht van de Jeugdzorg.  'Burgerschap', 'participatie', 'zinvol bestaan', zijn synoniemen voor de streefrichting jongeren zover te ondersteunen en stimuleren dat ze een eigen plek in de samenleving kunnen en willen innemen. Het regeerakkoord kreeg als titel 'Bruggen slaan'. Rutte en Samson onderstrepen beiden het belang van samenwerken. 'Dus reiken we elkaar de hand en halen het beste uit elkaar', zo is te lezen in het voorwoord.
Krachtige taal; ik hou er wel van. Er gaat vertrouwen van uit en het roept verwachtingen op. Dat is wat de Jeugdzorg kan gebruiken. Dat is ook wat de commissie Samson als hoofdaanbeveling uitsprak; er is een cultuurverandering nodig, van hoog tot laag. Woorden doen veel, maar er is werk aan de winkel om dat te realiseren. Het legioen zingt het nog om de week in de Rotterdamse Kuip: 'Geen woorden maar daden.' Hoe kunnen we binnen de Jeugdzorg (nu nog)  Zorg voor Jeugd (zometeen), echt werk maken van burgerschap?

Historische reeks ingrepen
In de laatste editie van het Tijdschrift Jeugdbeleid bepleit Rene Clarijs in dit Regeerakkoord ruimte te creëren voor een herbezinning op de transitie Jeugdzorg. In een twintig pagina's tellende beschouwing, 'De dreigende klucht van de transitie jeugdzorg', zet hij de lezer aan het denken over de haalbaarheid van de transitie en de risico's die gemeentes lopen. In dit artikel plaatst Clarijs de transitie Jeugdzorg in een historische reeks ingrepen in de Jeugdzorg met als doel het verbeteren van kwaliteit en het beheersbaar houden van kosten. Hij analyseert de problemen die ten grondslag liggen aan de politieke keuze voor de transitie. 'Het is niet ongebruikelijk om bij problemen in een stelsel te kijken of in een andere bestuurlijke constellatie de problemen gemakkelijker en beter opgelost kunnen worden.' De analyse beschrijft een jeugdzorg die achterin de keten is georganiseerd, te complex en geïsoleerd van andere sectoren is georganiseerd, een sterk institutionele inbedding heeft en onvoldoende effectief is.
Toen ik die analyse las, had ik een groot gevoel van herkenning. Het ging over de Jeugdzorg die ik al decennia lang ken; een Jeugdzorg met mensen die vol overgave hard werken in een slecht werkende structuur.
Vervolgens rijst de vraag of de transitie antwoord geeft op bovenstaande probleemanalyse. Volgens Clarijs lijkt het er in de verste verte niet op. Sinds de jaren vijftig hebben tientallen commissies zich gebogen over een effectiever georganiseerd stelsel van Jeugdzorg. De constatering lijkt gerechtvaardigd dat het eerder ingewikkelder dan effectiever op is geworden.
Clarijs constateert dat de structuurwijzigingen in de Jeugdzorg nooit de basale kern van de sector hebben geraakt. Dat komt volgens hem omdat de structuurwijzigingen zich hebben voltrokken binnen institutionele kaders en voortkomen uit en aansluiten bij eerdere beleidsveranderingen. Clarijs noemt dat 'padafhankelijk'.
Om bij de woordkeuze van Rutte en Samsom te blijven: de structuurwijzigingen hebben weinig bijgedragen aan het geloof in de toekomst; niet bijgedragen aan de bewustwording dat je het samen moet doen en zetten onvoldoende aan tot bewustzijn van het belang van een gezamenlijke overheid. En dat is een vrij harde constatering.
En nu ligt de transitie Jeugdzorg voor ons. In het Regeerakkoord wordt onverkort vastgehouden aan de transitie Jeugdzorg. Daarbij ligt de lat der verwachtingen hoog: 'De Jeugdzorg zal daarom de komende jaren sterk worden verbeterd', zo is te lezen op blz 17. Clarijs is duidelijk; zonder een radicaal alternatieve, beargumenteerde visie en meerjarenstrategie voor het Jeugdzorgbeleid verbouwen we met deze transitie het labyrint van de Jeugdzorg tot doolhof... Zijns insziens moet er een andere jeugdzorg ontstaan, geschraagd door andere ideeën. Een jeugdzorg die actief naar voren gaat, fundamenteel minder complex is, onderdeel van een integrale benadering, lange termijn oplossingen nastreeft en waar innovatie een basiswaarde wordt.

Relationele invulling
Ik onderschrijf zijn denkrichting. Echter, ik zou niet willen stoppen bij de constatering dat er  aan een radicaal andere visie en meerjarenstrategie gewerkt moet worden en dat daar in het Regeerakkoord ruimte voor moet worden  gevonden. Die zit er namelijk niet in. En, misschien nog wel belangrijker, ruimte in het Regeerakkoord zou mooi zijn, maar de echte ruimte moet in de praktijk bevochten worden; in iedere casus. De-institutionaliseren gebeurt op cliëntniveau.
Een oude boerenwijsheid zegt: 'Je kunt het konijnenhok wel vertimmeren, maar daarmee verander je het gedrag van de konijnen nog niet.' We moeten daarom niet alleen bouwen aan een nieuw stelsel, maar vooral aan een relationele invulling van de Jeugdzorg; het gaat over en tussen mensen. Het gaat over mensen die bewust investeren in de levensloop van kinderen opdat ze burgerschap verwerven. Niet meer, niet minder.

Een stelselwijziging? Prima. Maar dan ook een inhoudelijke paradigma-shift!