• "Ieder kind in een gezin"

  • 1

Het aantal kinderen dat opgevangen wordt in een gezin wanneer zij niet meer thuis kunnen wonen, is in de eerste helft van 2019 gedaald. Hoewel het percentage kinderen dat een plaats vond in een pleeggezin toenam, wordt deze groei tenietgedaan door een stevige daling in het aantal plaatsingen in andersoortige gezinsgerichte opvang. Dat blijkt uit cijfers van het CBS over jeugdhulp in de eerste helft van 2019.

Op de peildatum 30 juni 2019 woonde 53% van de kinderen die in een jeugdhulptraject met verblijf zaten in een pleeggezin. Een minieme stijging ten opzichte van een jaar eerder, toen het percentage op diezelfde peildatum op 52% uitkwam. Daarentegen daalde het percentage kinderen in een andere gezinsgerichte opvang van 12% naar 10%. Gekeken naar het aantal actieve jeugdhulptrajecten met verblijf in de eerste helft van het jaar steeg het aandeel van pleegzorg van 47% in 2018 naar 48% in 2019. Gezinsgerichte opvang daalde van 12% naar 10%.  

Ook in absolute aantallen daalde het aantal kinderen dat een plek vond in een gezinsvorm: in de eerste helft van 2018 waren dit er 24.675, een jaar later 24.455. Het aantal jeugdhulptrajecten met verblijf steeg van 41.875 naar 42.140.  

Het is bijna vijf jaar na de invoering van de Jeugdwet, met daarin de ambitie om kinderen die niet meer bij hun eigen ouders kunnen wonen zoveel als mogelijk in een gezin op te vangen. Ondanks de ambities blijft het aantal plaatsingen in pleeggezinnen nagenoeg gelijk, terwijl de hoeveelheid plaatsingen in andere gezinsgerichte opvang na een jarenlange stijging in de eerste helft van 2019 sterk terugliep.  

Het complete rapport van het CBS is hier te vinden.